Goede leerlingevaluatie vergt drie perspectieven. En (zeer) soms kan vergelijken met het klasgemiddelde er daar ééntje van zijn.

Goede leerlingevaluatie vergt drie perspectieven. En (zeer) soms kan vergelijken met het klasgemiddelde er daar ééntje van zijn.

(Tekst – Jan Vanhoof)

  • Mag je als leraar of ouder tevreden zijn wanneer een leerling de standaard behaalt, geen vooruitgang boekt maar beter scoort dan andere leerlingen?
  • Mag je als leraar of ouder tevreden zijn wanneer een leerling de standaard niet behaalt, vooruitgang boekt en toch beter scoort dan andere leerlingen?
  • Mag je als leraar of ouder tevreden zijn wanneer een leerling de standaard behaalt, vooruitgang boekt maar ondertussen minder goed scoort dan andere gelijkaardige leerlingen?

Deze vragen brengen ons naar de kern van evaluatie. Ze stellen scherp op de basis waarop we oordelen en op hoe er over leerlingprestaties gecommuniceerd zal worden.

Drie verschillende strategieën kunnen in het beoordelen van leerlingprestaties onderscheiden worden: relatieve scoring, criteriumgerichte scoring en leerlinggerichte scoring. Deze zijn elk op zich waardevol en nodig. Geen enkele benadering kan echter op zich staan. Een volwaardige (communicatie over) beoordeling van leerlingprestaties probeert de drie perspectieven binnen te brengen. Met accenten die afgestemd zijn op het leertraject van de leerling die geëvalueerd wordt.

8 gedragingen van schoolleiders die een veranderproces naar succes leiden

(Tekst – Kelly Thyssen, Lana Dekoning & Jan Vanhoof)

Onderwijs is voortdurend in verandering. Een waarheid als een koe. Veranderprocessen zijn dan ook noodzakelijk voor scholen om hun kwaliteit te kunnen blijven garanderen. De verantwoordelijkheid voor het ontwikkelen, evalueren en bijsturen van kwaliteitsvol onderwijs ligt in de schoot van de scholen zelf. Dat is niet niets! Er rust dus een heel erg grote verantwoordelijkheid op de schouders van de schoolleiders.

Tijdens een veranderproces zijn er heel wat actoren die het proces kunnen dwarsbomen, van leerkrachten die liever niets veranderen tot collega’s die elke week iets nieuws uitproberen en nooit tot implementatie komen. Als schoolleider moet je het hele spectrum aankunnen en in goede banen leiden. Uit onderzoek blijkt dat het gedrag van schoolleiders cruciaal is in het al dan niet slagen van een veranderproces. Maar wat is dit gedrag dan precies? Hoe kan je je best gedragen tijdens een veranderproces? Met welke actoren dien je rekening te houden?

Is meten altijd weten?

Is meten altijd weten?

(Tekst – Leen Catrysse)

‘Meten is weten’ wordt vaak wel eens gezegd, maar is dat wel altijd zo? Als het gaat om het gewicht of de lengte van iemand, dan is wat we meten inderdaad vaak in overeenstemming met de realiteit (al kan er wat variatie zitten op verschillende meetinstrumenten). Maar stel nu dat ik je zou vragen om mij te vertellen hoe je een bepaalde leeractiviteit hebt aangepakt, wat je precies deed, waarom je dat deed, …? Dan vind je dat wellicht een erg moeilijke vraag om te beantwoorden en we kunnen dat minder exact gaan meten. Daarom gaan wij als onderzoekers op zoek naar verschillende manieren om leren zo waarheidsgetrouw mogelijk te meten. Dit is belangrijk omdat wij op basis van onderzoek theorie willen vormen of suggesties willen geven aan de praktijk, maar om dit te doen moeten we zeker kunnen zijn dat wat we meten de realiteit benadert en dus dat meten wel degelijk weten is.

Goed leraarschap door de ogen van leerlingen

Goed leraarschap door de ogen van leerlingen

(Tekst – Geert Smets & Jan Vanhoof, Universiteit Antwerpen)

Vanuit pedagogisch oogpunt en binnen het kader van schooleffectiviteitsonderzoek werd reeds uitgebreid onderzoek verricht naar kenmerken waaraan een leraar best voldoet om het beste uit zijn leerlingen te halen. Maar wat vinden die leerlingen zelf? Hoe zien zij hun ideale leraar? Zijn er verschillen tussen jongens en meisjes? En denken leerlingen uit verschillende onderwijsvormen en verschillende leeftijden daar anders over?

Edubron ontmoet Stedelijk Onderwijs Antwerpen

(Tekst – Amy Quintelier)

Recent gingen onderzoekers van ons speerpunt Beleid en Kwaliteitszorg in dialoog met beleidsmedewerkers van Stedelijk Onderwijs Antwerpen. De ontmoeting kwam er omdat onze onderzoekers zich afvroegen welke kanalen er beschikbaar zijn om de resultaten van de afgeronde en lopende studies zichtbaar te maken in het onderwijswerkveld. Daarnaast vroegen we ons ook af welke lessen wijzelf kunnen trekken uit de verschillende initiatieven die in de onderwijswereld de ronde doen. En vooral… hoe kunnen wij een meerwaarde betekenen voor elkaar?

Eén op vijf leerkrachten doet het niet goed (maar collega’s zeggen niets)

Eén op vijf leerkrachten doet het niet goed (maar collega’s zeggen niets)

(Uit de media – Tekst Klaas Maenhout – Journalist De standaard naar aanleiding van proefschrift Loth Van den Ouweland)

Vlaamse leerkrachten zijn streng voor elkaar. Dat leidt tot frustratie, maar er wordt niet openlijk over gepraat.

‘Tijdens een vergadering ­begon een leerkracht plots te wenen. Ze zei dat ze de leerlingen van een bepaalde klas niet meer aankon. Later bleek dat ze ook in “gemakkelijke klassen” problemen had met klasmanagement’, zegt godsdienstleerkracht Dave (39) in het doctoraat van Loth Van Den Ouweland (UAntwerpen). ‘Het probleem sleepte eigenlijk al drie jaar aan. De leerlingen waren er het slachtoffer van.’

Werkplekleren stimuleren: Dé 6 (werkplek)factoren

Werkplekleren stimuleren: Dé 6 (werkplek)factoren

(Tekst – Emke Op ’t Eynde)

De snelheid van verandering en de nieuwe ontwikkelingen die eigen zijn aan het leven van vandaag maken het uitermate belangrijk om te blijven leren. Zowel voor organisaties als voor hun werknemers is levenslang leren noodzakelijk om een rol te kunnen blijven spelen in een hoogst concurrentiële markt. Werkplekleren wordt, in de praktijk en in onderzoek, naar voren geschoven als mogelijke oplossing. Hierbij worden arbeidssituaties gezien als omgevingen waarin werknemers, vaak onbewust, leren. Onderzoek toont aan dat zowel persoonlijke factoren als werkplekfactoren een invloed hebben op dit werkplekleren. In deze bijdrage ga ik, op basis van onderzoek, dieper in op één kant van de medaille: Wat kan de werkplek doen om werkplekleren te stimuleren/faciliteren?

Hoe geraak je als leerkracht of directeur aan wetenschappelijke bronnen? 3 mogelijkheden

Hoe geraak je als leerkracht of directeur aan wetenschappelijke bronnen? 3 mogelijkheden

(Tekst – Aster Van Mieghem)

Op school kunnen er zich situaties voordoen waarbinnen je als leraar en directeur al eens graag over het muurtje zou gaan kijken om te zien hoe leraren en directieleden hier in andere scholen mee omgaan. Het ontbreekt echter vaak aan tijd om dit werkelijk te doen. Toch zijn er ook andere manieren om informatie te bekomen die kunnen bijdragen aan het oplossen van een probleem. Als onderwijsonderzoekers zijn wij namelijk ook geïnteresseerd in hoe leraren en directieleden situaties aanpakken en trachten wij deze informatie kritisch te bekijken en te bundelen in overzichtelijke rapporten of wetenschappelijke artikels.

8 onontbeerlijke competenties in een STEM-beroep

8 onontbeerlijke competenties in een STEM-beroep

(Tekst – Haydée De Loof)

De competenties van een STEM-professional

Dat je als STEM-professional best over goede vakkennis beschikt en een inhoudelijk expert bent in je domein, is zo klaar als een klontje. Niemand zit natuurlijk te wachten op een bouwkundig ingenieur die niet weet waar hij of zij mee bezig is. Toch is inhoudelijke vakkennis niet de enige belangrijke competentie die je als STEM-professional dient te bezitten.

Sterk netwerk of ‘lone wolves’? Datagebruik bij leraren

Sterk netwerk of ‘lone wolves’? Datagebruik bij leraren

(Tekst – Roos Van Gasse)

(Gebaseerd op “The drivers and dynamics of data use interactions. Unpacking teacher collaboration.”)

Feest! Op 7 mei 2018 verdedigde ik mijn proefschrift. Tijd om uit mijn veilige onderzoekers-schulpje te komen en de wereld te laten kennismaken met mijn onderzoek. De échte wereld weliswaar; familie, vrienden, kennissen. En nu ook iedereen die deze blog leest. In wat volgt doe ik de hoofdlijnen van mijn proefschrift bondig uit de doeken.