Samen arbeidsrijp. Hoe school, jongere en bedrijf er samen voor zorgen dat geleerd kan worden op de werkvloer.

Samen arbeidsrijp. Hoe school, jongere en bedrijf er samen voor zorgen dat geleerd kan worden op de werkvloer.

(Tekst Jetje De Groof, Promotoren Piet Van den Bossche, David Gijbels, Bart Wille, Eva Kyndt)

Vlaanderen maakt zich op voor de invoering van een systeem van duaal leren. Vanaf schooljaar 2018-2019 zullen jongeren die voor duaal leren kiezen een volwaardige kwalificatie kunnen behalen in een leertraject waarin ze het merendeel van de competenties (streefdoel 60%) op de werkvloer verwerven. De Conceptnota Duaal Leren bis (2015) stipuleerde dat de klassenraad aan geïnteresseerde leerlingen een advies dient te leveren over hun ‘arbeidsbereidheid’ en ‘arbeidsrijpheid’, die als belangrijke succesfactoren beschouwd worden om het duale leertraject met vrucht af te werken.

Maar wat betekent het om arbeidsbereid en/of arbeidsrijp te zijn in de specifieke context van duaal leren? Op welke dimensies moet de klassenraad zijn advies baseren?

Vrijheid zonder vrijblijvendheid

Vrijheid zonder vrijblijvendheid

(Tekst – Jan Vanhoof)

Vlaanderen draagt vrijheid van onderwijs hoog in het vaandel. Daarnaast doet bij het nemen van beslissingen over de schoolloopbaan van leerlingen sterk beroep op de professionaliteit van leraren en schoolleiders. Dat zijn onmiskenbaar twee sterktes van het Vlaamse onderwijs. ‘Op voorwaarde dat’ ten minste. Van een onderwijssysteem dat grote autonomie toekent verwacht je immers ook dat het leraren en schoolleiders uitrust met de instrumenten om deze vrijheid doelgericht in te vullen. Je verwacht dat diezelfde leraren en schoolleiders zich aangesproken voelen op de mate waarin ze succesvol gebruik maken van de handelingsvrijheid waarover ze beschikken. Dat brengt ons recht in de kern van één van de wezenlijke verbeterpunten voor het Vlaamse onderwijs. Kwaliteitszorg, met name.

Leerbereidheid van leerlingen aanwakkeren: 10 Praktijkprincipes die motiveren, inspireren én werken

Leerbereidheid van leerlingen aanwakkeren: 10 Praktijkprincipes die motiveren, inspireren én werken

(Tekst – Jan Vanhoof,  Maarten Van de Broek, Maarten Penninckx, Vincent Donche & Peter Van Petegem)

Leermotivatie: Zowel een groot streven als een grote uitdaging

Leren is een aangename en boeiende activiteit. Soms vergt het hard werk. Hoe dan ook, bereidheid om te leren is niet vanzelfsprekend. Schools leren wordt vaak geassocieerd met tegenzin, saaiheid en zelfs frustraties. Veel leerkrachten ervaren de motivatie van hun leerlingen tegelijkertijd als hun grootste streven en als één van de grootste uitdagingen in hun job. De kern van het leraarschap is dan ook de leerbereidheid bij je leerlingen aanwakkeren die hen drijft tot het ontwikkelen van gewenste kennis, vaardigheden en attitudes.

Motivatie is geen karaktereigenschap die sommige leerlingen wel hebben, en anderen niet. Uitspraken over gemotiveerd zijn richten zich dus best op concrete acties van leerlingen (zoals ‘Thijs is niet gemotiveerd om die taak op te lossen’), eerder dan op leerlinggedrag in het algemeen (zoals ‘Thijs is niet gemotiveerd’). In het geval van leerbereidheid gaat het om de vraag welke drijfveren leerlingen ertoe aanzetten om te – of bewegen tot – leren. Als we die drijfveren doorgronden en weten hoe ze ondersteund kunnen worden, kunnen we daar lessen uit trekken voor onze klaspraktijk. Dat is het doel van de volgende praktijkprincipes.

We moeten het over gelijke kansen hebben

We moeten het over gelijke kansen hebben

(Tekst – Anneleen Boderé)

Dit opiniestuk verscheen in een licht ingekorte versie eerder op 19/12/2017  in De Standaard

Onderwijs moet meer dan ooit naar gelijke kansen streven. Dat is voor de kinderen én voor de economie het beste.

De wereld rondom ons verandert razendsnel. Demografische, sociale en technologische ontwikkelingen maken dat de wereld die ons vandaag omringt, niet meer dezelfde is als die van gisteren. Het onderwijs moet mee evolueren. Veel publicaties roepen op om het onderwijssysteem grondig te herzien en benadrukken dat het belangrijk is om gelijke onderwijskansen te verbeteren. Daarom is het verbijsterend dat Wouter Duyck net het tegendeel promoot (DS 16 december).

Een stop aan het bandwerk in onderzoek?!

Een stop aan het bandwerk in onderzoek?!

Kan Machine Learning het manuele codeerwerk reduceren?

(tekst Sven De Maeyer)

Alle onderzoekers, spits de oren. Wat je te lezen krijgt heeft de potentie om het saaie bandwerk van uren en dagen manueel coderen definitief achter je te laten. Het is allicht herkenbaar. Als we veel data willen dan houden we het vooral zo gestructureerd en gesloten mogelijk. Bij surveys stellen we het liefst (om het haalbaar te houden) geen open vragen aan de respondenten. En interviews beperk je ook tot een haalbaar aantal. Want hoeveel tijd gaat dat straks niet kosten om dat allemaal manueel te verwerken?

Hmm, “manueel” … is dat een woord dat nog hoort in deze tijd van Artificiële Intelligentie, Machine Learning, Deep Learning, Data mining, tekst mining, … en alle andere termen die we vanuit de computerwetenschappen naar het hoofd geslingerd krijgen? We deden de proef op de som en onderzochten de potentie van Machine Learning. De resultaten zijn alvast hoopgevend.

(Beginnend) doctoraatsstudent? 5 inzichten om je doctoraat te overleven

(Beginnend) doctoraatsstudent? 5 inzichten om je doctoraat te overleven

 

Doctoraatsstudenten: wie zijn ze, wat doen ze, wat drijft hen? Dit zijn interessante vragen, maar een nog interessantere vraag voor doctoraatsstudenten zelf is: “hoe breng ik dit doctoraat in godsnaam tot een goed einde?!” Aan de hand van een goede portie analytische skills en schrijfvaardigheden? Deze zullen zeker en vast helpen, maar iets wat nog veel belangrijker is, in elk doctoraat nodig is en te weinig besproken wordt is; mentale doorzettingskracht. Een doctoraat kan bij momenten erg veel energie van je eisen op mentaal vlak. Recent verscheen er zelfs nog een Vlaamse studie over de mentale gezondheid van doctoraatsstudenten. Zo blijkt dat één derde van de Vlaamse doctoraatstudenten het risico loopt om tijdens het doctoraatstraject te worstelen met psychische moeilijkheden zoals een depressie.

‘Vragenlijst ontwikkelen’ op je to-dolijstje? Lees eerst even dit.

(Tekst – Alexia Deneire / Onderzoek – Jerich Faddar, Jan Vanhoof & Sven De Maeyer)

Beste collega- onderzoeker, mag ik even je aandacht? Als je van plan was om vandaag of morgen van start te gaan met het ontwikkelen van een survey, bespaar jezelf de moeite. Haal liever een goeie kop koffie en neem eerst de tijd om deze blog te lezen. De kern van mijn boodschap? Het heeft weinig zin om er volle bak in te vliegen: respondenten antwoorden tóch niet op de inhoud van je vragen, hun antwoord hangt gewoon af van het format van de vraag.

Een leven lang leren

Een leven lang leren

(Tekst – Leen Catrysse)

Als onderzoeker ga je ongeveer twee keer per jaar naar een congres waar je je onderzoek kan voorstellen en het onderzoek van anderen beter leert kennen. Het doel van deze congressen is dus om bij te dragen aan een leven lang leren. Meestal wordt onderzoek voorgesteld aan de hand van een presentatie of een poster. Daarnaast worden er op elk congres ‘keynotes’ gegeven. Een ‘keynote’ wordt meestal gegeven door een onderzoeker die al heel wat ervaring heeft opgedaan en bestaat uit een presentatie van ongeveer een uur waarbij onderzoek rond een bepaald thema wordt voorgesteld.

Zo laat je je studenten lessen trekken uit krachtige D-PAC-feedback

Zo laat je je studenten lessen trekken uit krachtige D-PAC-feedback

(Tekst – Alexia Deneire – Onderzoek – D-PAC)

Noot vooraf: Deze blog verscheen eerder ook op het platform Leren van Toetsen.

‘Het lijkt er dus op dat het vergelijkend beoordelen potentie heeft’, oordeelt Martijn in zijn blog over deze alternatieve aanpak om competenties te beoordelen. Helemaal juist. Beoordelen zonder beoordelingscriteria kan prima. Meer nog: het verloopt vrij eenvoudig en leidt tot een betrouwbaar en valide oordeel. Maar hoe zit het precies met de leerwaarde van dergelijke beoordelingen, vraagt deze bloggende beleidsadviseur zich verder af. In hoeverre kan comparatief beoordelen een bijdrage leveren aan het leren van de student? Wel, daar kan ik jullie meer over vertellen. In één zin samengevat: comparatief beoordelen levert krachtige (peer) feedback op. Zo leert ons eigen onderzoek én getuigen diverse gebruikers uit het hoger onderwijs.

Over het muurtje kijken

(Tekst – Aster Van Mieghem)

Het voorbije jaar heb ik de kans gekregen om met leraren en directieleden uit tien lagere scholen in gesprek te gaan. In elk van deze scholen wilden leraren van het vijfde en zesde leerjaar en hun directieleden dingen anders aanpakken dan ze gewend zijn. Boordevol goede moed en met veel creativiteit gaven ze hun onderwijspraktijk opnieuw vorm. Ze wilden daarmee tegemoet komen aan uitdagingen en noden die zij op school ervaren. De toenemende diversiteit binnen de leerlingenpopulatie en de overgang tussen het lager en secundair onderwijs, waren twee van deze uitdagingen. Een flexibel en competentiegericht personeelsbeleid in de scholen ondersteunde de ontwikkeling van de verschillende praktijken.