Teaching the standard – Die andere kant van ‘teaching to the test’

Teaching the standard – Die andere kant van ‘teaching to the test’

(Tekst Jan Vanhoof, uit boek ‘Zicht op Leerwinst’)

Teaching to the test wordt door vaak genoemd als één van de onwenselijke neveneffecten van leer(winst)monitoringssystemen. Algemeen gesteld, houdt teaching to the test in dat leraren hun onderwijs- of evaluatiepraktijk aanpassen aan de toets om leerlingen een beter toetsresultaat te laten bekomen. Hierdoor kan de aandacht voor andere belangrijke zaken verslappen. Teaching to the test is doorheen de vele literatuur evenwel een soort containerbegrip geworden, waar verschillende invullingen aan gegeven worden.

Een vaak gehanteerde invulling is een vernauwing van het curriculumtot enkel die inhouden die getoetst worden of een overmatige beklemtoning van deze leerinhouden die ten koste gaat van niet-getoetste inhouden (bijvoorbeeld Au, 2007; Baird et al., 2013; Janssens et al., 2014; Srikantaiah, Zhang, Swayhoover, & Center on Education Policy, 2008). Het kan gaan om een verschuiving van aandacht tijdens het lesgeven van het ene (niet-getoetste) leerdomein naar een andere (getoetst) leerdomein of om een verschuiving binnen een bepaald leerdomein naar de vaak getoetste kennis (ten koste van dieperliggende vaardigheden) (Au, 2007). Soms wordt deze vorm van teaching to the test niet als nadelig ervaren, bijvoorbeeld wanneer het betekent dat leraren net meer focussen op dat wat de kern van het onderwijs behoort te zijn: “Ironically, when curriculum and assessment are in alignment, teaching to the test is exactly what teachers should be doing because the test or assessment will contain a sampling of questions from the curriculum” (Goodman & Hambleton, 2005, p. 94). Teaching to the test wordt in dit geval ‘teaching to the standard’ en wordt als een voordeel van gestandaardiseerde toetsen beschouwd (Cizek, 2005).

Een andere vorm van vernauwing van het curriculum – en meteen de tweede invulling van teaching to the test – houdt in dat niet zozeer andere leerdomeinen, maar wel andere vaardigheden binnen deze leerdomeinen worden beklemtoond. Zo kunnen leer(winst)monitoringssystemen ertoe leiden dat leraren vooral inzetten op het aanleren van feiten en procedures, eerder dan op meer fundamentele vaardigheden zoals conceptueel denken of complexe probleemoplossende vaardigheden (Au, 2007; Shepard, 1992). Daartegenover staat de bewering van Cizek (2005) dat zogenaamde higher order skills (hogere orde vaardigheden) in de Verenigde Staten net omwille van gestandaardiseerde toetsen te vroeg worden aangeboden, omdat de toetsen in verschillende staten op dit vlak te uitdagend en te moeilijk zijn.

Bij een derde invulling van teaching to the test wordt bedoeld dat de manier waarop leerinhouden worden aangeboden, verengd wordt. Dit betekent dat leraren inhouden enkel op die manier aanbieden zoals ze ook in de toetsen worden gepresenteerd (bijvoorbeeld eerder korte teksten met een beperkt aantal korte vragen, dan langere teksten met meer beschouwende vragen binnen ‘begrijpend lezen’) (Shepard, 1992). Gestandaardiseerde toetsen met meerkeuzevragen kunnen ertoe leiden dat ook het onderwijs zich vernauwt tot enkele korte en vaak gedetailleerde vragen tijdens het lesgeven (Boyd, 2008; M. L. Smith, 1991).

Een vierde invulling van teaching to the test houdt in dat leraren met veel zorg de leerlingen voorbereiden op de toetscondities. Leerlingen worden ‘strategisch gecoacht’ in bijvoorbeeld het invullen van meerkeuzevragen en het beantwoorden van type-vragen waardoor dit ten koste gaat van onderwijstijd die aan andere zaken kan besteed worden (Elstad, 2009; Redden & Low, 2012). Het gaat hier om een oneigenlijke vorm van toetsvoorbereiding. Bovendien gebeurt dit niet enkel tijdens de schooluren, ook ouders spelen hierop in: er is immers een bloeiende industrie van toetsboekjes die door ambitieuze ouders worden aangekocht om leerlingen goed voor te bereiden (Standaert, 2014).

Een vijfde invulling van teaching to the test houdt een vernauwing in van de leerlingen die in de focus worden geplaatst: het onderwijs concentreert zich dan voornamelijk op die leerlingen die zich net boven of onder een bepaalde standaard of een cut-off point bevinden (Booher-Jennings, 2005; Reback, 2008). Er worden daardoor weinig inspanningen geleverd om het leerproces te stimuleren van leerlingen die geacht worden sowieso niet in aanmerking te komen voor een goede score (Kesler, 2013). Verschillende auteurs spreken in dit geval van een focus van het onderwijs op zogenaamde ‘bubble kids’, ten koste van andere leerlingen (Booher-Jennings, 2005; Srikantaiah et al., 2008).

Ten slotte wordt teaching tot he test ook gebruikt om aan te geven dat leraren de items die in de toets zullen voorkomen (of worden verwacht) identiek overnemen in hun lessen. Hier gaat het eerder om ‘teaching the test’ dan om ‘teaching to the test’. Aangezien dit neveneffect voornamelijk op schoolniveau wordt geobserveerd, wordt dit besproken in de sectie over onwenselijk strategisch gedrag op mesoniveau (zie sectie 1.4.1).

(Bron:

Boek n.a.v. OBPWO-studie ‘Scenario’s voor leer(winst)monitoring in Vlaanderen: Een ontwerponderzoek naar haalbaarheid en wenselijkheid.’ Eindrapport van deze studie is via email te bekomen bij Jan Vanhoof)

1 Comment

roestvrijstalen binnendouche

about 3 maanden ago

Bedankt voor het geweldige artikel. Het is echt de beste blog

Beantwoorden

Leave a Comment

Please be polite. We appreciate that.
Your email address will not be published and required fields are marked