Sterk netwerk of ‘lone wolves’? Datagebruik bij leraren

(Tekst – Roos Van Gasse)

(Gebaseerd op “The drivers and dynamics of data use interactions. Unpacking teacher collaboration.”)

Feest! Op 7 mei 2018 verdedigde ik mijn proefschrift. Tijd om uit mijn veilige onderzoekers-schulpje te komen en de wereld te laten kennismaken met mijn onderzoek. De échte wereld weliswaar; familie, vrienden, kennissen. En nu ook iedereen die deze blog leest. In wat volgt doe ik de hoofdlijnen van mijn proefschrift bondig uit de doeken.

Datagebruik

Gedurende het jaar verzamelen leraren allerhande data om inzicht te krijgen in het leren van leerlingen. Denk daarbij aan cognitieve testen, vaardigheidsproeven en observaties. Deze data kunnen dienen om, bijvoorbeeld, instructie te verbeteren zodat leerlingen beter gaan leren. Daarvoor is het nodig dat data omgezet worden naar informatie en kennis. Er worden dan ook verschillende fasen onderscheiden in een proces van datagebruik. Door data te bediscussiëren en interpreteren wordt data omgezet in informatie. Door diagnoses te stellen wordt kennis gegenereerd, waar uiteindelijk verbeteracties aan gekoppeld worden.

Onderzoeksdoelen en aanpak

Ik wilde meer inzicht verwerven in hoe leraren zich gedragen in processen van datagebruik. En meer bepaald in de interacties die plaatsvinden. Onderzoek gaat er immers vanuit dat die interacties belangrijk zijn. Bovendien zijn leraren samen verantwoordelijk voor het leren van leerlingen. De afgelopen jaren wilde ik te weten komen:

  • In hoeverre datagebruik een individueel proces is of in samenwerking met collega’s gebeurt
  • Welke activiteiten er ondernomen worden binnen interacties in datagebruik
  • Of persoonlijke kenmerken een impact hebben op deze interacties. Denk daarbij aan de attitude van leraren om data te gebruiken en de mate waarin ze zichzelf hiertoe capabel voelen.
  • Wat leraren uit interacties rond datagebruik leren.

Om een antwoord te formuleren op deze doelen, maakte ik gebruik van vijf studies. Doorheen deze studies werden verschillende methoden gebruikt, waaronder survey-onderzoek, interviews en netwerkanalyses.

Uitkomsten

Wat ben ik nu te weten gekomen? Mijn belangrijkste bevindingen op een rij:

  • De mate waarin leraren samenwerken in datagebruik hangt samen met hun individueel datagebruik. [studie 1]
  • Leraren gebruiken data over leerlingenprestaties voornamelijk individueel. Interacties dienen voornamelijk om individueel datagebruik verder te informeren. [studie 1 en studie 2]
  • Interacties bestaan hoofdzakelijk uit activiteiten met lage wederzijdse afhankelijkheid. Dit wil zeggen dat leraren doorgaans niet geneigd zijn verantwoordelijkheden te delen met collega’s in hun gebruik van data over leerlingenprestaties. [studie 2, studie 3 en studie 5]
  • De mate van interacties in lerarenteams verschilt naargelang de fase binnen datagebruik. [studie 3]
  • Activiteiten met meer wederzijdse afhankelijkheid situeren zich hoofdzakelijk in de complexere fasen van datagebruik (diagnose en actie). [studie 3]
  • De attitude van leraren is gerelateerd aan of ze al dan niet in interactie treden. [studie 1 en studie 4]
  • Beperkt geloof in eigen kunnen is een barrière om in interactie te treden. [studie 4]
  • Leraren die zichzelf capabel voelen om data te gebruiken worden niet noodzakelijk het meest geraadpleegd. [studie 4]
  • Interacties in datagebruik leiden in beperkte mate tot leren. Leeruitkomsten situeren zich voornamelijk op het niveau van attitudes (bijvoorbeeld, sterker bewustzijn van problemen bij leerlingen). [studie 5]

Centrale lessen

Vier jaar onderzoek is het waard om even stil te staan bij wat we nu uit die resultaten kunnen leren. En een eerste belangrijke les is dat je interacties in datagebruik niet per definitie als samenwerking kan beschouwen. Samenwerking impliceert immers sterkere gedeelde verantwoordelijkheden dan we vaststellen.

Daarnaast is het essentieel te reflecteren over de waarde van interacties in datagebruik. Die waarde is niet zo zeer gebleken op het vlak van professioneel leren. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat er geen waarde is. Denk maar aan het belang om prestatiedata te trianguleren. Niet alleen met andere databronnen, maar ook met interpretaties van anderen (bijvoorbeeld collega’s).

Wees daarnaast ook voorzichtig met ‘interacties’ als ‘leren te beschouwen. Mijn onderzoek wijst uit dat interacties in lerarenteams niet noodzakelijk ook tot leren leiden. Het vaststellen van interacties op zichzelf zegt iets over leerkansen, niet over leren.

Meer lezen? Contacteer me!

No Comments

Leave a Comment

Please be polite. We appreciate that.
Your email address will not be published and required fields are marked