Onderzoek Posts

Laat je (niets) wijs maken! Een inspiratiegids rond betekenisgeving in onderwijs

Laat je (niets) wijs maken! Een inspiratiegids rond betekenisgeving in onderwijs

(Tekst – Evelyn Goffin, Randi Buvens, Roos Van Gasse en Jan Vanhoof)

 

Jij, als onderwijsprofessional, bent een kenniswerker. Je zet je eigen vakkennis, pedagogische vaardigheden en beleidscompetenties in om kwaliteitsvol onderwijs te bieden. Je verwerkt voortdurend allerhande informatie, je geeft daar betekenis aan, en je creëert nieuwe kennis om tot goed onderwijs te komen en leerlingen tot leren te brengen.  

De laatste decennia is er in ons onderwijs, net zoals in andere maatschappelijke domeinen waarin de nadruk ligt op kenniswerk, steeds meer aandacht voor evidence-informed practice en datageïnformeerd werken: beslissingen onderbouwen met kennis die anderen vergaard hebben of met betrouwbare gegevens die je zelf op een correcte manier verzameld hebt. Of ook: beslissingen niet zomaar of alleen maar nemen op basis van intuïtie, maar aanvullen met meer objectief vastgestelde feiten en bronnen. Het gebruik van informatie en (data)geïnformeerd beslissen is dan ook een belangrijke pijler geworden van ons onderwijs in het algemeen en van de interne kwaliteitszorg op scholen in het bijzonder. 

Dat is niet onlogisch. Uit onderzoek én uit de praktijk blijkt immers dat informatiegebruik een positieve invloed heeft op de kwaliteit van onderwijsbeslissingen. Het geeft een basis om op te bouwen en een aanvulling of tegengewicht voor te snelle, intuïtieve oordelen die op een later moment mogelijk tegengesproken of herzien moeten worden. Tegelijkertijd kan informatiegebruik best wel een uitdaging zijn, of voelt het soms misschien aan als iets dat erbij komt en losstaat van je kernopdracht.  

 

Inspiratiegids

Met deze inspiratiegids reiken we jou ideeën aan waarmee je je eigen opvattingen over informatiegebruik helder kan krijgen. We willen je inspireren om kritisch te (blijven) kijken naar de informatie die je verzamelt of voorgeschoteld krijgt, en we willen je handvatten geven om informatie in ieders voordeel te gebruiken, op een manier die steek houdt. De handvatten die we in deze inspiratiegids meegeven, nemen de vorm aan van prikkels om te reflecteren over informatiegebruik en over de processen die daarin een rol spelen. Zo kan jij als onderwijsprofessional aan de slag om je eigen dos and don’ts vorm te geven.  

We leggen in deze gids in het bijzonder het accent op één specifieke soort van informatie: prestatiegegevens van leerlingen. Denk daarbij niet enkel aan de toetsresultaten die je zelf in de klas verzamelde, maar bijvoorbeeld ook aan resultaten op gestandaardiseerde toetsen, centrale toetsen en andere externe proeven. Prestatiegegevens zijn lang niet de enige informatiebron om onderwijsbeslissingen op te baseren – dat is dus ook niet het ‘punt’ dat we hier willen maken. Integendeel zelfs. Maar: nog al te vaak wordt deze soort informatie met enig wantrouwen bekeken, terwijl formele prestatiegegevens nochtans een frisse blik bieden. Die informatie combineren met allerlei andere informatie die voorhanden is (Wat zeggen onze andere evaluaties? Welke koers varen we?) verruimt je perspectief, en daarin zit de meerwaarde. De meerwaarde – maar ook de kunst. 

Om je op weg te helpen, laten we je kennismaken met het idee dat aan de slag gaan met informatie een proces is van individuele en collectieve betekenisgeving. ‘Betekenis geven’ is iets dat ieder van ons, elke dag opnieuw, dag in dag uit doet. Ook wanneer we prestatiegegevens van leerlingen analyseren en interpreteren, doorlopen we een betekenisgevingsproces. We verwerken nieuwe informatie, gaan na of dat nieuwe in lijn is met wat we van tevoren al wisten of dachten te weten, en stellen onszelf vervolgens de vraag of we ons beeld moeten bijstellen. Kortom, door betekenis te geven aan gegevens en gebeurtenissen proberen we wijs te geraken uit de wereld.  

Lees wijs 

Om het proces van betekenisgeving op een gestructureerde manier toe te lichten, werd deze inspiratiegids opgedeeld in vier delen.  

  • Deel 1 zoomt breed uit: wat is dat nu concreet, betekenisgeving? Hier komen kaders over ‘hoe mensen denken’ aan bod. We laten je kennismaken met je eigen persoonlijk referentiekader en dagen je uit om na te denken over je denken.  
  • In Deel 2 slaan we de brug naar informatiegebruik in het onderwijs. Zijn data en informatie hetzelfde? Wat doe je bewust en onbewust wanneer je als leerkracht of schoolleider vanuit je eigen referentiekader betekenis geeft aan informatie zoals prestatiegegevens?  
  • In Deel 3 gaan we dieper in op collectieve betekenisgeving. Wat is de meerwaarde van het in team bespreken van prestatiegegevens en andere informatie? Waarom zit daar soms wrijving op – en is dat erg? 
  • In Deel 4 bespreken we instrumenten, routines, vaardigheden en concrete inzichten die van pas kunnen komen in je eigen betekenisgevingsproces en dat van je team. 

Elk deel start met een wat meer uitgebreide toelichting van de kernboodschappen en inzichten uit onderzoek. Vervolgens gaan we telkens in op prikkelende en verhelderende ideeën. In die blik-openers – aparte, korte hoofdstukken die je los van elkaar kan lezen – ligt de nadruk op doordenkers en praktijkvoorbeelden. Ze zijn bedoeld als stof tot nadenken, en voer voor discussie. 

 

Verder lezen?

Link naar de gratis open access pdf. 
Voor een hard copy.

Een dashboard voor centrale toetsen: Van wetenschap naar design

(Tekst – Roos Van Gasse, Evelyn Goffin en Jan Vanhoof)

 

Vanaf 2024 worden centrale toetsen uitgerold in Vlaanderen. Deze toetsen moeten scholen informeren over het bereiken van eindtermen in de leergebieden Nederlands en wiskunde. Onderzoekers van AP Hogeschool en Universiteit Antwerpen sloegen de handen in elkaar om wetenschappelijke inzichten te vertalen naar een gebruiksvriendelijk dashboard voor schoolleiders en leraren. De scholen die deelnamen aan het kalibratie-onderzoek zien daarvan als eerste het resultaat. Spannend!

Aan de slag met schoolfeedback uit centrale toetsen. Op weg doorheen terminologie en aanpak

(Tekst – Roos Van Gasse en Jan Vanhoof)

Vanaf schooljaar 2023-2024 beoogt de Vlaamse Regering om alle scholen in Vlaanderen over resultaatsaspecten van hun onderwijskwaliteit te informeren door middel van centrale toetsen. De sleutel tot kwaliteitsverhoging ligt daarbij niet zozeer bij de centrale toetsen an sich, maar wel in wat en hoe scholen zullen kunnen leren uit de schoolfeedback. De afgelopen decennia is veel onderzoek verricht naar hoe het gebruik van zulke prestatie-informatie een stimulans kan zijn voor schoolontwikkeling. Op basis daarvan schetsen we welke processen in schoolfeedbackgebruik cruciaal zijn om tot schoolontwikkeling te komen. En welke plaats schoolfeedbackgebruik kan hebben in het ruimere kader van kwaliteitszorg in scholen.

Kwaliteitsmonitoring in het Vlaamse onderwijs. Onderzoek naar het samenspel van het OK-kader, de doorlichting en gestandaardiseerde toetsen

(Tekst: Jan Vanhoof)

Aanleiding voor dit onderzoek was de vernieuwde doorlichtingsaanpak ‘Inspectie 2.0’ en de introductie van het Referentiekader voor Onderwijskwaliteit (OK-kader). Over de ervaringen van het werkveld met de nieuwe manier van doorlichten en de effecten die Inspectie 2.0 met zich meebrengt was tot voor kort weinig geweten. Daarnaast was ook de mate waarin het onderwijsveld vertrouwd is met het OK-kader en welke impact de invoering van dit kader gehad heeft op het beleid van scholen tot dusver niet de focus geweest van systematisch onderzoek.

Naast doorlichtingen volgens de principes van Inspectie 2.0, doet de Vlaamse overheid ook beroep op verschillende andere bronnen van externe kwaliteitszorg om de kwaliteit van het Vlaamse onderwijs te monitoren, namelijk peilingsonderzoek en internationaal vergelijkend onderzoek. Elk van deze bronnen van externe kwaliteitszorg biedt specifieke informatie over de Vlaamse onderwijskwaliteit, toch blijken de resultaten en bijhorende conclusies van de verschillende bronnen niet altijd in eenzelfde lijn te liggen. Daarom gingen wij op zoek naar antwoorden op de vragen of en hoe (1) de doorlichting en het OK-kader en (2) de verschillende bronnen van kwaliteitszorg (kunnen) functioneren als hefbomen voor onderwijskwaliteit.

Wie interesse heeft in de aanpak en bevindingen van het onderzoek verwijzen we graag naar de beleidssamenvatting van het onderzoek. De achterliggende (deel)rapporten kan u hier vinden.

Hieronder presenteren wij de beleidsaanbevelingen bij het onderzoek.

Het AI-gebruik van Vlaamse onderwijsonderzoekers: Resultaten van een flash inquiry

Het AI-gebruik van Vlaamse onderwijsonderzoekers: Resultaten van een flash inquiry

(Tekst: Joris Van Elsen)

De snelle opmars van Artificiële Intelligentie (AI) laat het onderwijskundig onderzoek niet onberoerd. Deze paper brengt verslag van een ‘flash inquiry’ die werd uitgevoerd tijdens de PhD Masterclass 2023 over methodologische uitdagingen binnen onderwijskundig onderzoek in Antwerpen. Aan de 31 aanwezigens werd gevraagd een digitale survey in te vullen over hun gebruik van AI-toepassingen voor wetenschappelijke doeleinden. Uit de resultaten blijkt dat meer dan de helft van de onderzoekers ten minste occasioneel AI gebruikt voor hun onderzoek. Naast het meest bekende ChatGPT worden tal van andere toepassingen gebruikt voor het schrijven, verbeteren en vertalen van teksten, het zoeken van bronnen, het genereren en aftoetsen van ideeën en het creëren van afbeeldingen voor wetenschappelijke posters.

Aandacht voor betekenisgeving: omdat data niet vanzelf-sprekend zijn

(Tekst: Evelyn Goffin en Jan Vanhoof)

Outputgegevens zoals schoolfeedbackrapporten en resultaten op gestandaardiseerde toetsen brengen een externe blik binnen in de school en geven aanwijzingen over dingen die goed of minder goed gaan. Op papier zijn ze dus een krachtig hulpmiddel om schoolbeleid en klaspraktijk te informeren. Hoewel ze robuuste cijfers bevatten, vaak ook met een vergelijkend perspectief en informatie op systeemniveau, bieden ze echter zelden een hapklare conclusie of een lijstje met sterktes en werkpunten.

In een schoolontwikkelingslogica gaan we er nogal snel vanuit dat de beschikbaarheid van “goede data” haast vanzelf tot schoolverbetering leidt. Je ontvangt een rapport met goed onderbouwde informatie, je analyseert de cijfers, beslist wat moet veranderen of verankerd worden, en klaar. Zo eenvoudig klinkt het vaak. Dat het in de realiteit zo rechtlijnig niet is, ervaren we echter vanuit verschillende hoeken. Omdat we als leraar, schoolleider, of pedagogisch begeleider zélf ondervinden dat informatiegebruik geen evidente oefening is. Omdat we als toetsaanbieder of beleidsmaker vaststellen dat data niet aangewend worden zoals we zouden verwachten of vooropstellen. Of omdat we als onderwijsonderzoeker constateren dat informatiegebruik een levend, dynamisch gegeven is dat niet altijd strakke theoretisch modellen volgt.

 

Om data doorgronden en op basis daarvan tot passende beslissingen te komen, moet je je als onderwijsprofessional heel wat dingen afvragen: Wat betekenen de cijfers die ik voor me heb voor mijn leerlingen, mijn eigen klas, mijn school? (Hoe) gaan wij hier verder mee aan de slag? Moeten wij hier verder mee aan de slag? Dat is een interessante en belangrijke oefening, maar ook een complex proces: data zijn zelden vanzelf-sprekend.

Wat je moet weten over Educatie voor Duurzame Ontwikkeling – 3 wegen naar meer impact met edoschool.be

Wat je moet weten over Educatie voor Duurzame Ontwikkeling – 3 wegen naar meer impact met edoschool.be

Tekst – Jelle Boeve-de Pauw

Hier ben ik trots op! In het VALIES[1]-project voerden we vijf jaar samen onderzoek naar educatie voor duurzame ontwikkeling. Heerlijk om te doen: collega’s van verschillende kennisinstellingen, praktijkorganisaties en onderwijsverstrekkers die samen het beste van zichzelf geven. Wat was het een plezier om dat team te coördineren. Ons gezamenlijke doel: Educatie voor Duurzame Ontwikkeling (EDO) mét impact. Na vijf jaar zijn we klaar om de resultaten met de wereld te delen. We bundelden alle geleerde lessen en materialen op onze spiksplinternieuwe website www.edoschool.be

Lancering edoschool.be

Op 1 juni 2022 was het zover. We waren klaar om te tonen waar we geland zijn. Schoolteams, pedagogisch begeleiders, NGOs, onderzoekers, medewerkers van uitgeverijen, lerarenopleiders én grootouders voor het klimaat zakten af naar Antwerpen. Daar stelden we trots onze resultaten voor en lanceerden we de website www.edoschool.be.

Kennismaken met EDO, prikkelende praktijken en handvaten om het zelf ook te gaan doen: dat vind je op edoschool.be. En ga er nu vooral zelf mee aan de slag! De website staat vol praktijkvoorbeelden en vormingsmaterialen. Handig voor schoolteams om zelf EDO in de praktijk te brengen én voor organisaties die scholen begeleiden richting effectieve Educatie voor Duurzame Ontwikkeling.

Zelfevaluatie als motor van schoolontwikkeling. Succesfactoren en valkuilen bij het vormgeven aan zelfevaluaties.

Zelfevaluatie als motor van schoolontwikkeling. Succesfactoren en valkuilen bij het vormgeven aan zelfevaluaties.

(Tekst: Jan Vanhoof en Peter Van Petegem)

Schoolzelfevaluatie is ‘in’ – geen schoolleider of beleidsmaker die er de mond niet van vol heeft. Dat komt natuurlijk niet uit de lucht vallen. Van scholen wordt immers (steeds meer) verwacht dat ze mee verantwoordelijkheid dragen voor het ontwikkelen en garanderen van onderwijskwaliteit. Ze moeten aan kwaliteitszorg en zelfevaluatie doen. Dat houdt in dat zij zicht moeten krijgen op hun huidige functioneren (sterktes en zwaktes) als vertrekpunt voor een plan of visie voor de toekomst. Ondanks de vaststelling dat velen het bestaan van zelfevaluaties toejuichen, blijkt het voor scholen toch niet eenvoudig om aan de verwachtingen inzake zelfevaluatie te voldoen. Het succesvol uitvoeren van zelfevaluaties is dan ook niet vanzelfsprekend. Een zelfevaluatie is om die reden geen activiteit die ondoordacht aangepakt mag worden. Lezers bewust maken van de complexiteit die zelfevaluatieprocessen kenmerkt, is dan ook een belangrijk streven van dit boek.

Academisch optimisme: de gecombineerde kracht van doelmatigheidsbeleving, vertrouwen en gerichtheid op leren

(Tekst: Ruud Lelieur, Noel Clycq en Jan Vanhoof)

 

Werken aan leerprestaties voor álle leerlingen 

De vraag wat een school kan doen om leerlingprestaties te bevorderen is in Vlaanderen prominent aanwezig, zeker gezien de dalende resultaten in zowel Vlaamse als internationale onderzoeken die peilen naar leerprestaties van leerlingen. Die internationaal vergelijkende studies tonen ook aan dat onderwijsongelijkheid in Vlaanderen groot is. Achtergrondkenmerken van leerlingen – zoals sociaaleconomische status, opleidingsniveau van de moeder en thuistaal – voorspellen de prestaties van deze leerlingen beter dan de meeste schoolvariabelen. Die verschillen tussen kansarme en kansrijke kinderen bestaan wereldwijd, maar zijn in weinig landen zo uitgesproken als hier. En daarom is de vraag hoe we tegelijkertijd die prestaties én gelijke kansen kunnen verbeteren erg belangrijk.  

In een poging een antwoord te formuleren op de vraag naar schoolkenmerken die een verschil kunnen maken, introduceerden Hoy en collega’s het concept van academisch optimisme (Hoy, Tarter, & Woolfolk Hoy, 2006a). Kortweg gaat academisch optimisme over de positieve houding van scholen en hun leerkrachten ten aanzien van leerlingen, ouders en zichzelf. Ondanks de nadruk op ‘academisch’ heeft dit concept betrekking op alle leerlingen in alle onderwijsvormen. Academisch optimisme is het samenspel van drie schoolkenmerken die sterk samenhangen en elkaar beïnvloeden: (1) overtuigingen van doelmatigheid (het geloof dat je als leerkracht een positieve impact op je leerlingen kan hebben), (2) vertrouwen van leerkrachten in leerlingen en hun ouders en (3) academische gerichtheid (het stellen van hoge eisen en hebben van hoge verwachtingen).  

Academisch optimisme en COVID-19: wat doet deze crisis met de gedachten die leerkrachten hebben over hun leerlingen, over hun school en over zichzelf?

(Tekst – Ruud Lelieur)

 

Twee grote thema’s die het onderwijsdebat sterk bepalen zijn de vraagstukken rond kwaliteit en gelijke kansen. Hoe kunnen scholen de prestaties bij hun leerlingen verbeteren en hoe zorgen ze ervoor dat die leerlingen, ongeacht hun achtergrondkenmerken, gelijke onderwijskansen krijgen? De coronacrisis zet deze thema’s extra in de verf.

De berichtgeving over de effecten van deze crisis op het leren van leerlingen klinkt daarbij zelden positief. Leervertraging, toegenomen onderwijsongelijkheid, kwaliteitsdaling, … het zijn maar enkele voorbeelden van termen die gebruikt worden om de actuele stand van zaken bij onderwijs te benoemen. Om een antwoord te kunnen bieden op die twee thema’s is het echter belangrijk dat leerkrachten vertrouwen hebben in leerlingen en hun leerpotentieel, geloven in wat ze met die leerlingen kunnen bereiken en vanuit die positieve houding de lat hoog durven leggen. In onderzoek naar onderwijseffectiviteit wordt dat het academisch optimisme van een schoolteam genoemd. Hoe meer een schoolcultuur gekenmerkt wordt door academisch optimisme, hoe beter de leerlingen op die school zullen presteren. In hoeverre onze scholen academisch optimistisch zijn en hoe we dit kunnen bevorderen, zijn we nog volop aan het onderzoeken. Maar voor de Les van de Eeuw probeerden we alvast een paar vragen over het effect van deze crisis op de gedachten van leerkrachten in kaart te brengen. Het resultaat kan je hier bekijken.

Veel kijkplezier!

(Klikken op de figuur of deze link gebruiken)